In plaats van de grote Viazul bus die speciaal voor toeristen op het eiland is ingezet, boeken we een klein transferbusje naar Viñales. Op de hoek instappen, bijna even duur, en bovendien stoppen we onderweg voor een bezoekje aan de La Candelaría sigarenfabriek. En dat is wel gaaf! Hier worden onder andere de beroemde Romeo y Julieta´s gemaakt. Samen met Cohiba en Montecristo zijn dat de meest beroemde sigarenmerken. Ieder merk heeft zo zijn eigen boegbeeld: zo rookt Fidel niets anders dan Cohiba, was Montecristo de sigaar van Ernesto “Che” Guevarra en rookte Winston Churchill voornamelijk Romeo y Julieta. We mogen een kijkje nemen in de fabriek en zien hoe de productiemedewerkers aan lage tafels met de hand de ene na de andere sigaar rollen. Arbeidsintensief werk! Vooral als je hoort dat ze ieder 140 sigaren per dag moeten maken…

Aangekomen in Viñales zien we een druk zwaaiende dame staan met een bordje “Sara y Edwin”. Het blijkt Oneida te zijn, onze “doorgeschoven” gastdame. We sjezen in een taxi naar haar huis op een heuvel bijna aan het eind van het dorp en het uitzicht vanaf haar dakterras over de Viñales vallei doet ons haar de handige doorschuifactie op slag vergeven. Oneida is een heerlijk mens. Ze praat veel, lacht veel, beweegt en dus… zweet veel. Want ook in Viñales is het snikheet. Ze loodst ons de gastenkamer binnen met de magische woorden “Welkom in jullie nieuwe thuis”. En dat is precies zoals we ons de dagen erna voelen. Man Frank en dochter Izzy worden aan ons voorgesteld en ze vraagt wat ze die avond voor ons kan koken. Kip of varken? “Ik heb ook vis en kreeft” voegt ze zachtjes toe met een zenuwachtig lachje en een blik op de straat. Dat is officieel verboden namelijk. Alleen staatsrestaurants mogen vis en kreeft verkopen.
Dus die avond eten we kreeft
. Haar kookkunsten zijn werkelijk goddelijk dus hier gaan we de komende dagen geen honger lijden!
Viñales is een dorpje van niks, maar de vallei waar het in ligt is erg mooi: vlak, groen, met tabaksvelden en zo nu en dan onderbroken door een enorme mogote. Je mag niet meer op eigen houtje in het gebied en de omringende bergen wandelen, dus moeten we een gids inhuren. Oneida heeft een neefje dat ons wel wil rondleiden en 5 minuten later staat hij op de stoep. Illegaal welliswaar, maar we vinden de prijs oké en het is een leuke jongen die ons de hele wandeltocht lang veel interessants vertelt over het leven in Cuba. Na ieder verhaal hebben we nog meer vragen en zo vliegt de dag om. Hij is 23 en heeft zojuist een dochtertje gekregen, dus kan hij deze extra verdiensten goed gebruiken. Toch hebben we een beetje een raar gevoel als we hem in een straatje achteraf de verschuldigde CUCs overhandigen. Even rekenen doet ons namelijk beseffen dat dit 2x zijn maandloon als leraar is. Dat kan toch niet! Hoe kan dit systeem blijven bestaan? De hele Cubaanse bevolking wil op deze manier toch íets in het toerisme doen?

Oneida heeft ons op de eerste dag al uitgenodigd voor het fiesta op zaterdagavond. Vorig weekend hebben ze 50 jaar Revolución gevierd bij vrienden, dus nu moet er iets teruggedaan worden. En wij moeten absoluut van de partij zijn. Dus komen we na een heerlijke dag op het mooie strand van Cayo Jutías vol verwachting terug naar de casa. Het fiesta begint niet zo gek veel anders dan in Nederland: 17:00 uur borreltijd en ook hier gebeurt dat met een lekker drankje en tossies (helaas geen krabsalaai). Een enorme 2 literfles rum komt op tafel en vooral de heren van het gezelschap zorgen ervoor dat die zienderogen leegraakt. Intussen is het komen en gaan van familieleden, vrienden, collega´s en buurmeisjes. Met ieder glas ron puro worden de discussies over het Cubaanse leven heftiger, totdat de vrouwen traditiegetrouw naar de keuken verdwijnen. Terwijl Edwin met voetbalverhalen steeds meer vrienden wordt met de mannen, doet Sara verwoed wat pasjes met de vrouwen op de nieuwste Raggaeton DVD van Izzy. Het hoogtepunt is rond negenen wanneer Frank op zijn fiets verschijnt met een groot gebraden varken op de bagagedrager. Als eregasten staan we vooraan met het bewonderen en voorproeven. Dan wordt het beest soldaat gemaakt en de eerste shift (directe familie) mag aan tafel. Zo ook wij en Oneida´s kookkunsten in combinatie met het heerlijk malse varkentje doet ons nu nog watertanden.
Na 3 shifts blijkt de rum zijn tol te eisen en worden de heren een voor een door hun echtgenotes naar huis gemaand. Er volgt een emotioneel afscheid, uitnodigingen voor nieuwe fiestas en we realiseren ons wat voor een prachtig mooie en unieke avond we hier hebben mogen meemaken. (foto´s).





De eigenaren zijn bijzonder aardig en proberen ons overal mee te helpen. ´s Ochtends krijgen we een vorstelijk ontbijt met vers fruit, vers sap, broodjes, eieren, koffie en zelfs een bord groente. We kunnen er de rest van de dag op teren… Onze casa ligt op een toplocatie: een paar straten buiten het gerenoveerde centrum van Habana Vieja. En dat brengt meteen het bizarre met zich mee: het huis is prachtig lichtgroen geschilderd en gerenoveerd, maar staat in een verder vervallen, oud en in elkaar gestort straatbeeld. Of ze verdienen hier héél goed, of bouwkosten/opknapwerk kunnen ze aftrekken van de belasting of iets dergelijks. Misschien bestaat er zelfs wel subsidie op de aanschaf van airco´s, moderne douchekoppen of antieke glazen beeldjes… De eigenaren laten er niet veel over los.
Onze gastheren zijn niet alleen heel aardig, ze weten ook prima een business te runnen. Bij al onze vragen staan ze meteen klaar, maar alles heeft een prijs: we zoeken onderdak voor onze volgende bestemming, dus zegt Fabio: “ik ken via de buurvrouw wel een bevriende neef van een oom met een casa in Viñales”, en voor we het weten staat er een reservering. Prima service natuurlijk, maar een beetje alert moet je wel blijven anders blijkt de kamerhuur ineens 5 CUC (=5 USD) per nacht hoger te zijn; de gemiddelde commissie voor de verdiensten (lees: 1 telefoontje) van de zogenaamde “tout”. Dit is nog de minst agressieve manier van de “behulpzame” Cubaan. In Habana worden we er de hele dag door mee geconfronteerd: mensen die je naar een restaurant willen brengen, die een taxi voor je willen regelen, die buskaartjes voor je willen kopen, die je een sigaar aanbieden bij je drankje. En alles presenteert zich later op jouw rekening. Gelukkig waren we al wat gewaarschuwd voor deze geintjes, dus we komen er de eerste dagen prima onderuit. We laten wel onze volgende casa particular in Viñales regelen (en die is niet eens duurder). We krijgen netjes naam en adresgegevens mee, maar bij aankomst staat een ander dame met een briefje “Edwin y Sara” ons op te wachten bij de bus. Haar moeders huis was al vol, dus we mogen mee naar haar huis. Prachtig toch hoe dat systeem hier werkt. Haha! Maar zoals later zal blijken, we treffen het helemaal niet slecht!